Vaco

RecyBEM

Hoofdmenu

SBR granulaat is veilig voor mens en dier

RecyBEM: alle soorten kunstgrasinfill beter opruimen

Den Haag, 3 juli 2018 – Alle soorten infill in kunstgras kennen het probleem van verspreiding in de bermen langs de velden. Dit is niet alleen voorbehouden aan SBR-korrels. Hoewel het RIVM-rapport laat zien dat er geen urgent milieuprobleem ontstaat door deze verspreiding, moeten er wel nieuwe manieren moeten worden gevonden om die korrels op een eenvoudige wijze op te ruimen.  Dat stelt RecyBEM in een reactie op het vandaag gepubliceerde rapport over de milieu-impact van rubberkorrels in kunstgras.

RecyBEM, regieorgaan voor de inzameling en recycling van autobanden, stelde zo’n tien jaar gelden al vast dat infilllkorrels buiten de velden terechtkomen, door wind, meedragen door spelers en onderhoudswerkzaamheden. Daarom stelde zij in samenwerking met de overheid een zogenoemd ‘zorgplichtdocument’ op, waarin WORDT beschreven hoe de velden moeten worden aangelegd en welke good housekeeping maatregelen nodig zijn om de verspreiding buiten de velden zoveel mogelijk te voorkomen.

“Blijkbaar heeft dit nog onvoldoende impact gehad. Het infill wordt niet goed opgeruimd. Verspreiding van infillmateriaal is niet wenselijk, of dit nu kurk (behandeld met chemicaliën), TPE (plastic), EPDM (kunststof) of SBR (gemalen autoband) is.  Hoewel dit niet leidt tot gevaar voor mens of dier, zorgt het wel voor milieudruk, zoals het RIVM aangeeft. De infill komt in de bermen terecht en dit is dus een vorm van verontreiniging die op een gegeven moment moet worden opgeruimd. Wij zijn al enige tijd in gesprek met experts om nieuwe manieren te bedenken waarmee we verenigingen en terreinbeheerders kunnen helpen infill uit de bermen te verwijderen”, zegt Kees van Oostenrijk, directeur van RecyBEM. Zijn organisatie wil hierover het gesprek aangaan met aannemers, veldeigenaren en terreinbeheerders, aangezien deze uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor aanleg en onderhoud van de velden en de infill.

Zink
Het RIVM-rapport gaat ook in op de aanwezigheid van zink in het milieu door de rubberkorrels. Op sommige plekken zijn zinkwaarden gemeten die hoger liggen dan de norm. RecyBEM stelt wel vraagtekens bij de wijze van meten. Van Oostenrijk: “De bodemmonsters bevatten maximaal 3.5% rubberkorrels, blijkt uit het rapport. Vervolgens is de bodem met rubberkorrels en al gemeten op de aanwezigheid van zink. Maar hierdoor is het zink in de rubberkorrels zelf gemeten. De grond is niet eerst gezeefd voordat er werd getest. Dit zegt dus nog steeds niks over de mate waarin zink, dat geen gevaar oplevert voor mensen of dieren maar wel voor kleine waterorganismen, daadwerkelijk in de bodem zelf terecht komt. Wij weten van diverse eerdere onderzoeken van gemeenten dat bij goed aangelegde velden geen zink in de bodem onder de velden terecht komt. Verder is in het STOWA-onderzoek duidelijk geworden dat het water in de sloten rond de velden en het grondwater geen meetbare sporen van zink of andere metalen bevatten. Dit lijkt dus een beheersbare situatie, zeker als de korrels zelf uit de bermen worden verwijderd.”

Onterechte focus
RecyBEM heeft moeite met de volledige focus op infill van het type SBR, terwijl ook andere infillsoorten zouden moeten worden beoordeeld. “Met TPE worden microplastics in het milieu verspreid. Bovendien is er aardolie voor nodig om TPE-korrels te maken. Dit leidt ook tot veel uitstoot van CO2. Hetzelfde geldt voor EPDM-korrels. Kurkkorrels worden met chemicaliën behandeld zodat ze niet direct rotten. In alle gevallen valt er veel te onderzoeken, maar dat gebeurt niet. Wat we wel weten is dat het hergebruik van SBR zorgt voor zo’n 20 miljoen kilo minder CO2-uitstoot en de recycling van ongeveer 2 miljoen kilo staal. SBR-korrels kunnen bovendien na gebruik opnieuw worden gebruikt. Hier is dus sprake van een hoge mate van circulariteit. Daarnaast is SBR veel goedkoper dan ieder ander type infill en zijn de speleigenschappen beter. Door alle negativiteit rond dit product zouden we wel eens het kind met het badwater weg kunnen gooien en wij vragen ons af of je dat echt moet willen. De alternatieven zijn veel duurder, terwijl ze geen milieuwinst opleveren”, stelt Van Oostenrijk.

Sporten op rubberkorrels veilig en verantwoord

Het RIVM publiceert op 3 juli haar rapport over de impact van het gebruik van SBR-rubberkorrels (korrels gemaakt van oude autobanden) op het milieu. Met name heeft het RIVM onderzocht wat er buiten de velden plaatsvindt. Om het onderzoek goed te kunnen plaatsen, is enige context op zijn plaats.

Het gebruik van rubberinfill draagt bij aan de circulaire milieuwaarde van banden.

  • Zoals meer dan 10 jaar geleden al is geconstateerd kan door verkeerd beheer verspreiding van korrels in de directe omgeving (bermen) van de velden plaatsvinden. Dit is inherent aan het gebruik van infill in kunstgrasvelden, ongeacht welk type infill wordt gebruikt. Ook kurkkorrels, synthetische EPDM-korrels en plastic TPE-korrels verspreiden zich buiten het veld. Alle korreltypen die in de berm terecht komen, vormen technisch gezien een verontreiniging. Dit leidt niet tot acute problemen, maar uiteindelijk zal iedere vorm van infill die zich in bermen verspreid wel moeten worden opgeruimd. Dit kan bijvoorbeeld bij reguliere renovatie van het veld.
  • RecyBEM heeft in 2009 een zorgplichtdocument opgesteld, waarin wordt omschreven hoe verspreiding van de korrels buiten de velden kan worden voorkomen, of in ieder geval geminimaliseerd. Als de gebruikers/beheerders voldoende good housekeeping maatregelen nemen, kan veel verspreiding worden voorkomen.
  • Wie bermen langs velden onderzoekt, kan hogere gehalten zink aantreffen als gevolg van de verspreiding van de korrels. De monsters die worden genomen, bevatten dan rubberkorrels. Het zink dat is gemeten, is het zink dat in de korrels zelf zit. De grond wordt niet gezeefd of van korrels ontdaan voordat de analyse naar zink plaatsvindt. Het is technisch onmogelijk dat het zink dat in de korrels zit opgesloten, op grote schaal uitloogt en daadwerkelijk in hoge concentraties in de grond terecht komt. Vele metingen in diverse gemeenten hebben dit in de afgelopen jaren ook uitgewezen.
  • Zink is niet schadelijk voor de gezondheid van de mens, maar kan effect hebben op (water)organismen. In labtesten kan zonder meer worden aangetoond dat bijvoorbeeld watervlooien sterven als zij zwemmen in water met een hoog zinkgehalte. Dat wil echter niet zeggen dat deze gehalten in de praktijk in sloten naast kunstgrasvelden ook worden aangetroffen. Tot op heden is, na ruim 20 jaar gebruik van rubberkorrels in kunstgras, nergens in Nederland melding gemaakt van sterfte onder waterorganismen en/of vissen in sloten rond kunstgrasvelden.

Nederlandse gemeenten hebben veelal niet de keus om geen kunstgras meer toe te passen. Vanuit dit perspectief is het vreemd dat niet alle constructies en materialen op een vergelijkbare wijze worden onderzocht op effecten.

BSNC en 4 gemeenten hebben eerder een indicatieve studie gedaan naar de verspreiding van infill. BSNC heeft een dossier over dit onderwerp: https://www.bsnc.nl/6257-2/ Naast de rapportage vindt u hier onder andere ook een aantal maatregelen om verspreiding te voorkomen. Klik hier voor een presentatie van de gemeenten Utrecht en Den Bosch waarin ze laten zien wat ze in de praktijk al doen om verspreiding te voorkomen danwel te verhelpen.

Een faire behandeling van SBR-rubber ontbreekt

Er is al twee jaar lang veel aandacht voor de impact van het gebruik van SBR-rubberkorrels op gezondheid en milieu. Op geen moment is er een acuut probleem vastgesteld. Op het vlak van gezondheid is inmiddels tientallen keren in de hele wereld vastgesteld dat er géén probleem is. Wat opvalt is dat er veel aandacht is voor korrels gemaakt van gebruikte autobanden (SBR). Dit is inmiddels by far het meest onderzochte type infill voor kunstgrasvelden. Er zijn echter nog andere typen infill: kurk, EPDM en TPE. Kurk is een natuurlijk product, maar krijgt een chemische behandeling om in de buitenlucht op de velden te kunnen blijven liggen zonder direct te rotten. Kurk blijft ongeveer 3 jaar goed en moet dan worden vervangen. EPDM is een synthetische rubber en is onder andere gemaakt van aardoliehoudende grondstoffen. In EPDM zitten, net als in SBR, metalen zoals zink. EPDM is een virgin material. TPE is een plastic, gemaakt van aardolie. In TPE zitten kankerverwekkende weekmakers. Ook TPE is een virgin material.

Over geen van deze alternatieve infillmaterialen worden vragen gesteld – er wordt ook geen onderzoek naar gedaan. Deze materialen zijn wel veel duurder dan SBR-rubber, soms tot 10 keer zo duur. De kosten voor veldeigenaren (gemeenten) om deze materialen in te zetten vallen derhalve fors hoger uit, terwijl speltechnisch, milieutechnisch en gezondheidstechnisch geen daadwerkelijk voordeel kan worden behaald.

Alle negatieve aandacht voor SBR leidt er onherroepelijk toe dat dit product in een verdomhoekje komt, zonder dat hier objectieve redenen voor zijn. Dit kan ertoe leiden dat SBR als infill geen plaats meer heeft in Nederland en mogelijk daarbuiten. In Nederland alleen al betekent dit dat zo'n 3 miljoen banden per jaar moeten worden verbrand in cementovens, voornamelijk buiten Europa, in Azië en Afrika. Dit levert een uitstoot van zo'n 20 miljoen ton CO2 op. 2 miljoen kilo staal zou uit de recyclingketen verdwijnen. De milieuwinst die in de afgelopen 15 jaar is opgebouwd gaat deels verloren. De financiële impact is bovendien enorm: indien SBR als infill zou wegvallen levert dat voor gemeenten in Nederland per jaar een extra kostenpost van minimaal 20 miljoen euro op. Wie nu zou eisen om alle bestaande velden in Nederland te ontdoen van SBR-korrels, realiseert zich wellicht niet dat dit de gemeenschap minimaal 2 miljard euro gaat kosten. Los van het feit dat er onvoldoende alternatief materiaal voorhanden is, de hetze gebaseerd is op mythes ten aanzien van SBR, SBR bewezen veilig is voor de mens en bij goede aanleg en good housekeeping voor het milieu en SBR gewoonweg de beste sporttechnische eigenschappen heeft.

SBR-rubber levert een belangrijke bijdrage aan de circulaire economie in Nederland. Circulariteit, het hergebruik van materialen, zal echter nooit zonder pijn tot stand komen. Ieder recyclingproces kent uitdagingen. Uiteindelijk maakt de winst voor mens, milieu en maatschappij die er tegenover staat het waard om voor recycling te blijven kiezen.

RecyBEM: Onwaarschijnlijk dat rubbersnippers bron zijn van zink in de grond

Lees alles in het kunstgras-korreldossier deel 3 en in het overzicht van uitgevoerde milieuonderzoeken.

Zembla doet wederom een poging om de hetze tegen rubberkorrels nieuw leven in te blazen. Steeds weer brengt Zembla suggestieve berichtgeving om dit materiaal in het verdomhoekje te plaatsen. Kees van Oostenrijk, directeur van RecyBEM, de organisatie die verantwoordelijk is voor de recycling van autobanden, zegt hierover: “Eerdere uitzendingen van Zembla over het granulaat bleken al canards te zijn. We zijn het inmiddels zat dat dit materiaal, dat in de vorm van hergebruik bij sportvelden een belangrijke bijdrage levert aan het voorkomen van de uitstoot van vele tonnen aan CO2, door een klein groepje mensen via Zembla steeds weer negatief wordt weggezet. Dat moet ook een keer ophouden”. 

Vandaag doet Zembla de suggestie dat het slootwater rond de velden vervuild zou zijn. Vervolgens verwijst het programma naar onderzoeken die zijn gedaan naar grond onder de velden. Grond en oppervlaktewater zijn niet hetzelfde. Jarenlang onderzoek naar de eventuele verspreiding van zink uit rubbergranulaat heeft laten zien dat het zink in de zandlaag blijft zitten die onder de velden wordt aangebracht en niet verder verspreidt naar de bodem of de sloot.

Het gaat in de berichtgeving van vandaag over velden waar rubbersnippers in de ònderlaag zijn verwerkt, dus niet het granulaat dat óp de velden ligt. Dan gaat het met name om hockey- en korfbalvelden. Het door Zembla genoemde getal van 1800 velden kunnen wij niet herleiden en zegt ons niets. Het gebruik van rubber in de sporttechnische laag onder de sportvelden is conform de norm van NOC*NSF toegestaan, zie ook https://sportvloeren.sport.nl/normen/1935-nocnsf-m23h.

Uit alle onderzoeken die RecyBEM zelf heeft geïnitieerd sinds 2007, veelal in overleg met het RIVM en VROM/I&M, blijkt dat er nauwelijks zink uit het rubber komt. Het drainagewater uit de velden bevatte minder zink dan het regenwater dat er op viel. Het bevatte ook 500x minder zink dan de WHO-norm voor drinkwater. Bij een gemiddelde tandenpoetsbeurt verdwijnt er meer zink in de riolering dan na een fikse regenbui op een kunstgrasveld. Ook in onderzoek naar velden waarbij rubbersnippers in combinatie met lavasteen onder de velden zijn aangelegd, als dempingslaag, bleek er geen zink in het drainagewater meetbaar. 

Naast zink wordt er gesproken over kobalt - dit is in het rubber bijna niet aanwezig. Ten aanzien van de aanwezigheid van kobalt, waar Zembla ook naar refereert, heeft het RIVM in zijn onderzoek van 2016 in totaal 546 monsters van 91 velden onderzocht op de aanwezigheid van metalen. Gemiddeld werd 0.06 milligram kobalt per kilogram granulaat aangetroffen en concludeerde het RIVM dat hier geen risico’s uit voortkomen.

Er zijn wel andere bronnen van zink en mogelijk kobalt op en rond de velden te vinden, zoals lichtmasten en hekwerk. Hier zitten veel hogere zinkconcentraties in dan in het rubber. Het is mogelijk dat dat de oorzaak is van de aangetroffen verontreinigingen.

Uit een onderzoek van INTRON (DATUM) blijkt dat een lava/rubber mengsel voldoet aan de eisen van het besluit bodemkwaliteit. Het mag dan dus wettelijk gewoon worden toegepast. Uiteraard geldt ook hier, zoals ook geldt voor funderingslagen onder wegen, dat deze na gebruik weer netjes moet worden weggehaald.  Het lijkt RecyBEM  dan ook zeer onwaarschijnlijk dat de door Zembla aangehaalde onderzoeksresultaten volledig zijn terug te voeren op de rubbersnippers.

Uit alle onderzoeken tot nu toe uitgevoerd blijkt dat de uitloging van alle andere metalen uit het rubber voldoet aan de wettelijke normen voor bouwstoffen.

De onderzoeken die Zembla aanhaalt zijn ons bovendien onbekend en zouden we dan ook graag inzien voordat we in detail reageren. De manier waarop deze zijn uitgevoerd kan de resultaten namelijk sterk beïnvloeden. We zien vaak dat er rubberkorrels in de grondmonsters terechtkomen; korrels die niet in de bodem zitten. In een dergelijk onderzoek wordt onbedoeld de samenstelling van de korrels gemeten, niet van de grond eronder.

Zembla meldt ook dat het RIVM de kwestie zal onderzoeken. Wij verwelkomen dat onderzoek en zullen waar gevraagd al onze kennis en informatie ter beschikking stellen. Wij verwachten dat dit wederom zal aantonen dat rubbergranulaat veilig is voor mens en milieu.

Wat in deze discussie veelal onderbelicht blijft, is de circulaire milieuwaarde van rubbergranulaat. Zoals dagblad Trouw gisteren schreef: “Kunstgras is niet alleen goedkoper [dan natuurlijk gras] maar ook voor het milieu de betere optie, omdat het een circulair product is. Het wordt gemaakt van gerecyclede autobanden en kan na gebruik weer voor een ander doel ten nut gemaakt worden. Terwijl de echte grasmatten in grote voetbalarena's alleen gedijen als er dagelijks vele kilowatturen aan schijnwerperlicht op staan te branden.” Met her hergebruik van autobanden besparen we jaarlijks tonnen aan CO2-uitstoot en hoeven er geen andere grondstoffen aangewend te worden.

Reactie Vereniging Band en Milieu op aangifte rubberkorrels: 'kansloos, nieuw hoofdstuk in hetze'

"Te bizar voor woorden. Een kansloze aangifte die alleen bedoeld is om wederom de hetze tegen rubberkorrels te beginnen. Het is triest om te zien dat niet alleen media, maar ook het rechtssysteem daarvoor worden misbruikt". Dat is de reactie van Vereniging Band en Milieu op de aankondiging van Recycling Netwerk aangifte te doen tegen gemeenten, clubs en bandenverwerkers vanwege het gebruik van rubberkorrels op kunstgrasvelden.

De Vereniging Band en Milieu heeft de wettelijke taak het Besluit beheer autobanden uit te voeren en te monitoren. Reeds in 2005 is door het toenmalige ministerie van VROM vastgesteld dat granulaat afkomstig van autobanden en dat aan bepaalde ISO-normen voldoet, geen afval is maar een materiaal dat onderdeel mag zijn van kunstgrasveldconstructies.

In 2007 en 2009 zijn laboratoriumproeven gedaan naar de eventuele verspreiding van het zink dat in de rubberkorrels zit opgesloten. Hieruit bleek dat dit zink in slechts hele kleine hoeveelheden vrijkomt. Om te voorkomen dat dit zink ook in de bodem onder de velden terechtkomt geldt vanaf 2009 de richtlijn dat onder de velden een adsorptielaag van 40cm zand en lavasteen of vergelijkbaar moet worden aangebracht. Een zevenjarig praktijkonderzoek heeft laten zien dat deze laag afdoende werkt om het zink op te vangen: het drainagewater onder de velden bevatte tien keer minder zink dan de eis aan oppervlaktewater in Nederland om er drinkwater van te maken.

"Het is zonde van de schaarse tijd die het OM heeft. Maar ergens hoop ik dat zij hier toch in gaan duiken omdat we de zoveelste hetze tegen rubbergranulaat nu spuugzat zijn. Laat een officier of een rechter zich hier dan maar eens over uitspreken - dan houdt dit gedoe hopelijk eindelijk eens op," zegt Cees van Oostenrijk van Band en Milieu. "We hebben sinds vorig jaar te maken met een structurele hetze tegen rubberkorrels die keer op keer nergens op blijkt te zijn gebaseerd. Wij betreuren het dat sporters telkens op het verkeerde been worden gezet. Vorig jaar bleek Zembla geen deugdelijk verhaal te hebben en nu zal blijken dat de heer Van Duin geen deugdelijk verhaal heeft".

Kunstgras met SBR-granulaat van voertuigbanden is veilig

SBR-granulaat is veilig!

Ook Europees onderzoek concludeert: voetballen op kunstgras is veilig

Op 28 februari 2017 bevestigen onderzoekers van het European Chemicals Agency in Helsinki dat voetballen op kunstgras met rubberkorrels als vulling veilig is. Echa keek in opdracht van de Europese Commissie naar de gevolgen van sporten op kunstgraskorrels en kanker. De belangrijkste conclusie: De kans op kanker is heel laag gezien de concentratie polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's).

Kijk hier voor meer informatie.

RIVM: "Sporten op kunstgrasvelden met rubberkorrels is veilig en verantwoord".

Het RIVM bevestigde eind december 2016 ook dat rubbergranulaat veilig is als instrooimateriaal op kunstgrasvelden. Klik hier voor meer informatie. Download hier het rapport van het RIVM of bekijk hier het filmpje van het RIVM met toelichting op het onderzoek.

RecyBEM heeft alle informatie over dit onderwerp bebundeld in het korreldossier. Lees hier deel 1 en deel 2. En bekijk hier de poster met aansprekende quotes.

Na de conclusie van het RIVM heeft de Vereniging Band en Milieu ook een informatief filmpje laten maken. Bekijk hier de korte film.

Meer informatie over rubbergranulaat en het gebruik als infill op kunstgrassportvelden:

"Voetballen op kunstgras met rubberkorrels is veilig en gezond!"

Rik van de Weerdt, arts, toxicoloog en lid van de wetenschappelijke klankbordgroep van het RIVM: “Ik snap niets van de ophef. Ik heb zelf kinderen van vijf, acht en elf jaar. Als toxicoloog, als arts en als vader zeg ik, op basis van het RIVM-onderzoek: ga dit weekeinde lekker weer op kunstgras sporten.”

Vitesse: “Nu het RIVM meldt dat het sporten op rubbergranulaat kunstgrasvelden geen gevaren met zich meebrengt wordt dit advies opgevolgd. Na de winterstop wordt er weer gevoetbald op het veld.

Lauren Jenks, Washington State Health Department: “Er zijn juist minder kankergevallen onder ‘kunstgrasvoetballers’ dan verwacht zou mogen worden op basis van de incidentie van kanker onder inwoners van Washington uit dezelfde leeftijdscategorie. Derhalve beveelt het Washington State Department of Health aan dat mensen die van voetbal genieten vooral blijven spelen, ongeacht het type van het veld oppervlak.”

Jan Driessen, directeur Kargro Groep:“Wij voldoen al sinds 1982 aan de hoogste eisen. Wij gaan ons product nog vaker en beter testen, zodat we goed kunnen aantonen wat wij leveren. Ik ben er voor 300 procent van overtuigd dat wij veilige korrels bieden.

Els van Schie, RIVM: “Het RIVM komt tot de beoordeling dat het verantwoord en veilig is om te sporten op velden met rubberkorrels.

Ties Joosten, directeur van Kiwa ISA in Elsevier van 7 januari 2017: “Ironisch genoeg zijn de gezondheidseffecten van deze soorten strooisel [red. kurk en kunstvezels] minder goed onderzocht dan die van rubbergranulaat.

GGD GHOR Nederland: “De gezondheidsrisico’s zijn en blijven in dit geval zo klein dat er veilig en verantwoord gesport kan worden op deze kunstgrasvelden.

Edith Schippers, minister van Volksgezondheid in Kamerbrief op 21 december 2016: “De belangrijkste uitkomst van het onderzoek van het RIVM is dat het sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat veilig is. Ook werd er geen verband met leukemie gevonden. Sporten op deze velden kan overminderd doorgaan.

Rob Pieters, hoogleraar kinderoncologie in AD van 19 december 2016: “Er is tot op heden nooit een verband aangetoond tussen het krijgen van kanker en deze rubberkorrels. In de VS waar al veel langer kunstgrasvelden liggen, is daar inmiddels naar gekeken en ook dáár is dat verband niet vastgesteld.

KNVB: “Onderzoeken hebben aangetoond dat sporten op kunstgrasvelden die zijn ingestrooid met rubbergranulaat veilig is. De KNVB sluit zich aan bij de bevindingen van het RIVM waardoor we weer overgaan op het reguliere beleid.

Frank Kempeneers, bioloog, specialisatie toxicologie: “Er is al tien jaar onderzoek gedaan. Er zijn al honderden studies gedaan. Steeds met de conclusie dat sporten op rubberkorrels veilig is.

Remko Veltien, voorzitter voetbalclub: “Toen het RIVM onderzoek naar buiten kwam, waren we erg opgelucht. Dat was voor ons het signaal dat we weer door konden met voetballen. Nu met extra zekerheid.

Gerard Mulder, emeritus professor toxicologie: “Het onderzoek met de zebravisjes is interessant, maar volstrekt niet geschikt om te dienen voor risicoschatting voor de mens.

Gemeente Groningen, RTVNoord van 16 februari 2017: Gemeente Groningen laat in een reactie richting de clubs in de stad weten de lijn van het RIVM te volgen. “We zien feitelijk geen aanleiding om het beleid ten aanzien van sporten op kunstgrasvelden bij te stellen.”

Rik van de Weerdt, arts, toxicoloog en lid van de wetenschappelijke klankbordgroep van het RIVM: “Mijn voorstel aan onderzoeker De Boer: gooi die vissen eens in willekeurig zwembadwater. Dan zijn ze vermoedelijk ook binnen een paar uur dood."

Kees van Oostenrijk, bestuurder Band en Milieu: “De enige reden waarom het RIVM zo stellig is in z’n conclusie dat rubberkorrels veilig zijn, is omdat er echt niks aan de hand is! Rubbergranulaat is veilig voor mens en milieu, heeft uitstekende sporttechnische eigenschappen, heeft lage aanleg- en beheerkosten in vergelijking met andere infillmaterialen, heeft een lange levensduur, heeft een minimale CO2-footprint en draagt heel veel bij aan de circulaire milieuwaarde van gebruikte autobanden.”

Dr. Paul Scheepers, verbonden aan het Radboudumc in Nijmegen en lid van de wetenschappelijke klankbordgroep van het RIVM: "Het programma [red. Zembla in uitzending van 15 feb 2015] deed of er nieuwe feiten zijn. Ik vind die feiten niet erg indrukwekkend. Het is gerecyclede informatie die al bekend was, in combinatie met onderzoek met zebravisjes van prof. Jacob de Boer van de VU: het voegt niets toe en brengt alleen maar onzekerheid."

Paula, voetbalmoeder: “Op dit moment zie ik geen reden om te twijfelen aan de veiligheid van voetballen op kunstgras met rubberkorrels omdat er geen wetenschappelijk bewezen schadelijke effecten voor kinderen die erop spelen zijn aangetoond. Onder andere door het rapport van het RIVM denk ik dat het veilig is.

Dr. Joris IJzermans (NIVEL), ook lid van de RIVM klankbordgroep: “Bij de huidige wetenschappelijke kennis komen er geen gevaarlijke stoffen uit het rubber vrij. Daarnaast valt mij op dat niemand zich zorgen maakt over mogelijk gevaarlijke stoffen in de alternatieven kurk en synthetische rubber.(...) In mijn opinie is het RIVM-rapport op wetenschappelijke merites een goed rapport. Dat was ook de mening van de voltallige klankbordgroep. Over het toepassen van de wetenschappelijke kennis in beleid/maatregelen was - voor de groep kleine kinderen - geen communis opinio in de klankbordgroep, ofwel een minderheid van de leden wil het voorzorgprincipe toepassen. Dat is duidelijk gemaakt in de klankbordgroep en ook rond de presentatie van het rapport. Een wetenschappelijke klankbordgroep geeft (zeer serieus te nemen) advies.

André de Jeu, Vereniging Sport en Gemeenten in de Regionale Dagbladen Persgroep van 24 februari 2017:  André de Jeu vraagt zich wel openlijk af wáárom de volksvertegenwoordigers in Baarn per se een andere vulling willen. ,,Dit besluit is niet genomen op basis van feiten, maar op basis van een onderbuikgevoel. Want het RIVM-rapport zit goed in elkaar. Het toont aan dat de gezondheidsrisico's écht verwaarloosbaar zijn. En als we álle risico's willen vermijden, moeten we ook maar niet meer in de auto stappen.'